Hulp
 
Gezinslast: 


De werkgever moet op het bedrag van de bedrijfstoeslag een inhouding verrichten.

Deze inhouding is gelijk aan 6,5% van het totaal bedrag van het SWT : werkloosheidsuitkering + bedrijfstoeslag (wettelijke en eventueel extrawettelijke). Deze inhouding mag wel niet tot gevolg hebben dat het globaal bedrag van het SWT (werkloosheidsuitkering + bedrijfstoeslag) lager is dan (situatie van toepassing vanaf 1 september 2021): 

       1.532,53 EURO voor de werkloze met bedrijfstoeslag zonder gezinslast ;
       1.845,95 EURO voor de werkloze met bedrijfstoeslag met gezinslast.

Wordt beschouwd als werknemer met gezinslast :

1° De werknemer die gehuwd is en samenwoont met zijn echtgeno(o)t(e) die geen beroeps- of vervangingsinkomsten heeft.

2° De werknemer die samenwoont met een partner die geen beroeps- of vervangingsinkomsten heeft.

In de gevallen 1° en 2° wijzigt de aanwezigheid van andere personen in het gezin zijn toestand niet, zelfs al hebben deze personen inkomsten.

3° De werknemer die niet samenwoont met een echtgeno(o)t(e) of een partner, doch uitsluitend met:

- één of meerdere kinderen, op voorwaarde dat hij tenminste voor één van deze kinderen gerechtigd is op kinderbijslag;
- één of meerdere kinderen, op voorwaarde dat niemand van hen een beroeps- of vervangingsinkomen heeft;
- één of meerdere kinderen en andere bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad voor zover gelijktijdig aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
 
hij is gerechtigd op kinderbijslag voor tenminste één kind;
de andere bloed- of aanverwanten beschikken noch over beroepsinkomsten, noch over vervangingsinkomsten.
- één of meer bloed- of aanverwanten tot en met de derde graad, die noch over beroepsinkomsten, noch over vervangingsinkomsten beschikken.

In de gevallen bedoeld in dit punt 3° : 

- wijzigt de aanwezigheid van andere personen in het gezin zijn toestand niet, op voorwaarde dat deze personen niet beschikken over beroeps- of vervangingsinkomsten;
- Worden de onthaalouders van de werkloze gelijkgesteld met ouders.


4° De alleenwonende werknemer die onderdak verleent aan een regularisatieaanvrager die niet over een beroeps- of vervangingsinkomen beschikt en ingeschreven is in het bevolkingsregister van het gemeentebestuur, op voorwaarde dat de werknemer en de regularisatieaanvrager de RVA op de hoogte brengen van de samenwoonst en van het feit dat de werknemer de regularisatieaanvrager financieel ten laste neemt.

De werknemer die alleen woont en:
- onderhoudsgeld betaalt op basis van hetzij een gerechtelijke beslissing, hetzij een voor een notaris verleden akte in geval van een procedure van echtscheiding of van scheiding van tafel en bed met wederzijdse instemming; 
- vrijwillig onderhoudsgeld betaalt via een notariële akte (buiten een echtscheidingsprocedure) voor zijn minderjarig kind of voor zijn behoeftig meerderjarig kind;
- feitelijk gescheiden is en het zijn/haar echtgeno(o)t(e) toegelaten is om door andere personen verschuldigde geldsommen te ontvangen (in toepassing van artikel 221 van het Burgerlijk Wetboek).

6° Ongeacht zijn feitelijke gezinssituatie:
- de havenarbeider;
- de werknemer uit het paritair subcomité voor de brandstoffenhandel;
- de zeevisser;
- de erkende vislosser en vissorteerder.

7° De werknemer die, op de leeftijd van 50 of 55 jaar, recht heeft op een aanvullende vergoeding ten laste van zijn voormalige werkgever na een ploegenarbeid met nachtprestaties, gedurende de periode van vijf jaar tijdens dewelke hij recht heeft op dit voordeel.

8° De ex-werknemer van SABENA : P.M

 


Echtgeno(o)t(e) :


De situatie op 1 januari van dit jaar (cf. berekening bedrijfsvoorheffing) invullen


Begindatum SWT :


De dag waarop het SWT begint, invullen.


Datum van de betekening van de opzeg of van het ontslag :

1° ingeval van betekening van een opzeg :
- per aangetekende brief : datum van de derde werkdag volgend op de dag van verzending van de aangetekende brief invullen;
- bij gerechtsdeurwaardersexploot : datum van de dag van de overhandiging van het exploot door de gerechtsdeurwaarder invullen.

2° ingeval van een onmiddellijke ontslag : ontslagdatum vermeld in de ontslagbrief invullen


Type van onderneming :


Type van onderneming invullen :

1° Algemeen regime : alle gevallen die niet beantwoorden aan één van de hiernavolgende vermelde gevallen.

2° Onderneming erkend in herstructurering vanaf 15/10/2009 : onder onderneming in herstructurering wordt verstaan de onderneming die voldoet aan één van de volgende voorwaarden:

- de onderneming die een collectief ontslag doorvoert. Wordt beschouwd als collectief ontslag, elk ontslag dat betrekking heeft op een bepaald aantal werknemers, namelijk:
 
ten minste 10 % van de werknemers in ondernemingen met ten minste 100 werknemers;
ten minste 10 werknemers in ondernemingen van meer dan 20 werknemers maar minder dan 100 werknemers;
ten minste 6 werknemers in ondernemingen met meer dan 11 werknemers en maximaal 21 werknemers;
ten minste de helft van de werknemers in ondernemingen met maximaal 11 werknemers

De onderneming dient dit collectief ontslag uit te voeren uiterlijk binnen de 6 maanden die volgen na de datum van erkenning als zijnde een onderneming in herstructurering.
- de onderneming die, tijdens het jaar dat de aanvraag tot erkenning voorafgaat, een aantal werkloosheidsdagen heeft gekend ten minste gelijk aan 20 % van het totaal aantal dagen aangegeven voor de werklieden aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ ). Deze bepaling is enkel van toepassing op de ondernemingen waar ten minste 50 procent van de werknemers met een arbeidsovereenkomst voor werklieden worden tewerkgesteld. 

Opmerking : als de onderneming werd erkend als onderneming in herstructurering vóór 15/10/2009, zal de keuze moeten gemaakt worden tussen punt 1° of 3° , in functie van de situatie van de onderneming.

3° Ondernemingen in herstructurering met een collectief ontslag aangekondigd vóór 15/10/2009.

Met aankondiging van een collectief ontslag bedoelt men de communicatie, door de werkgever, van de intentie om over te gaan tot een collectief ontslag zoals bedoeld in artikel 6 van de CAO n° 24 van 2 oktober 1975, d.w.z. de communicatie van deze intentie aan de Ondernemingsraad, of bij gebrek eraan aan vakbondsafvaardiging, of bij gebrek eraan aan de werknemers.

Indien het collectief ontslag aangekondigd werd vóór 15/10/2009, moet de onderneming ook erkend zijn als onderneming in herstructurering (de datum is niet van belang – voor de voorwaarden , zie hierboven). Deze precisiering is belangrijk om het regime van de werkgeversbijdrage te bepalen (oud of nieuw regime).

4° Onderneming erkend in moeilijkheden: een onderneming in moeilijkheden is een onderneming die voor de belastingen in zijn jaarrekeningen een verlies uit de gewone bedrijfsuitoefening boekt tijdens de twee boekjaren die de erkenningsaanvraag vooraf gaan. Tijdens het laatste boekjaar overschrijdt dit verlies het bedrag van de afschrijvingen en de waardevermindering op oprichtingskosten, op immateriële en materiële vaste activa. Om van deze bepaling te kunnen genieten, moet de onderneming de jaarrekeningen voorleggen van de vijf boekjaren die de datum van de erkenningsaanvraag voorafgaan. Wanneer de onderneming minder dan vijf jaar oud is, zijn enkel de jaarrekeningen vereist die betrekking hebben op de jaren waarin de onderneming reeds bestond. Om een erkenning te verkrijgen als onderneming in moeilijkheden moet de werkgever een behoorlijk gemotiveerde aanvraag indienen bij de Minister van Werk. Indien de gemotiveerde aanvraag alle vereiste elementen bevat, kan de Minister van Werk voor een periode van maximaal twee jaar, de ondernemingen een erkenning verlenen als zijnde een onderneming in moeilijkheden in het kader van het SWT.

5° Onderneming erkend in herstructurering (+ voorwaarden):

Onder 3 cumulatieve voorwaarden geldig vanaf 1 januari 2013 :

• het aangekondigd collectief ontslag betreft minstens 20 % van de werknemers;
• het collectief ontslag betreft hetzij alle werknemers van een technische bedrijfseenheid, hetzij alle werknemers van
  een afdeling van de onderneming;
• de technische bedrijfseenheid of de afdeling van de onderneming moet op de dag van aankondiging van het collectief ontslag minstens 2 jaar bestaan.


Basisbrutoloon:


Het bedrag van het basisbrutoloon moet zonder begrenzingsteken voor de duizendtallen en met een komma als decimaal teken ingevuld worden.

Het bedrag van het basisbrutoloon is in principe geplafonneerd op 4.263,13 EURO per maand (situatie van toepassing vanaf 1 september 2021), ook al is het basisbrutoloon van de werknemer hoger dan dit bedrag. De werkgever kan evenwel, op vrijwillige basis, dit plafond niet toepassen en bijgevolg een hoger bedrag toepassen, bijvoorbeeld het werkelijke loon van de werknemer.

Men houdt in principe rekening met het basisbrutoloon van de laatste maand van effectieve prestaties tenzij de werkgever en de werknemer iets anders overeengekomen zijn.

Wanneer de werknemer niet per maand wordt betaald, wordt het brutoloon berekend op basis van het normale uurloon. Het normale uurloon wordt bekomen door het loon voor de normale prestaties van de maand te delen door het aantal normale uren dat in deze periode werd gepresteerd. Het aldus bekomen resultaat wordt vermenigvuldigd met het aantal arbeidsuren, voorzien door de wekelijkse arbeidsregeling van de werknemer. Dit product, vermenigvuldigd met 52 en gedeeld door 12, stemt overeen met het maandloon.

Het brutoloon van een werknemer die niet de hele refertemaand heeft gewerkt, wordt berekend alsof hij aanwezig is geweest op alle arbeidsdagen die in de refertemaand vallen. Wanneer een werknemer deeltijds werkt en wanneer hij niet al die tijd heeft gewerkt, dan wordt zijn brutoloon berekend in functie van het aantal arbeidsdagen dat in zijn contract voorzien is. De bedoeling is inderdaad om een gemiddeld maandloon te berekenen.

Het brutoloon van de werknemer (betaald per maand of anders) wordt vermeerderd met een twaalfde van het totaal van de contractuele premies en het veranderlijk loon, waarvan de periodiciteit van betaling geen maand overschrijdt en aan de werknemer betaald werden tijdens de twaalf maanden die aan het einde van de arbeidsovereenkomst voorafgaan. Er moet wel geen rekening gehouden worden met de eindejaarspremie en evenmin met het dubbel vakantiegeld. Men moet wel rekening houden met de voordelen in natura die onderworpen zijn aan RSZ-bijdragen. Met terugbetalingen van werkelijke kosten moet men geen rekening houden.

Het bedrag van het nettoreferteloon is gelijk aan het aldus bekomen brutomaandloon verminderd met de persoonlijke socialezekerheidsbijdrage en de fiscale inhouding, rekening houdend met de van kracht zijnde verminderingen van toepassing op deze bijdrage en op de bedrijfsvoorheffing.

Er wordt daarentegen geen rekening gehouden met de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid.


Berekeningswijze van de bedrijfstoeslag :
Met betrekking tot de berekeningswijze van de bedrijfstoeslag kunt u uit de volgende mogelijkheden kiezen :
- of «wettelijke berekening»: dit is de basisberekeningsformule van de CAO nr. 17 of van elke andere collectieve arbeidsovereenkomst die niet afwijkt van de CAO nr. 17, d.w.z. vergoeding gelijk aan 50 % van het verschil tussen het nettoloon en het bedrag van de werkloosheidsuitkering.
- of «berekening conventioneel % »: hypothese waarin de sectorale CAO, de ondernemingsCAO of de individuele overeenkomst een hoger % toekent dan de CAO nr. 17 (bijvoorbeeld 70% van het verschil):

a) eerst het vakje «berekeningswijze» invullen en vervolgens een % vermelden in het vakje «percentage»

b) dan het vakje «type overeenkomst» aanvinken:
Sector-cao of ondernemings-cao;
Individuele overeenkomst (geval waar de werkgever meer geeft dan wat voorzien is door een sectorale of ondernemingsovereenkomt). Als het gaat om een individuele overeenkomst, het vakje met of zonder «behoud in geval van hervatting» aanvinken.

Deze bedrijfstoeslag wordt namelijk:
 
< sociaal anders behandeld naargelang de individuele overeenkomst al dan niet expliciet de doorbetaling van deze aanvullende vergoeding bij werkhervatting van de werkloze met bedrijfstoeslag uitsluit;
< fiscaal anders behandeld naargelang de individuele overeenkomst al dan niet expliciet voorziet in de doorbetaling van deze aanvullende vergoeding bij werkhervatting van de werkloze met bedrijfstoeslag.
  «met behoud in geval van hervatting»: werkgeversbijdrage en persoonlijke inhouding op het vermelde bedrag + bedrijfsvoorheffing van 10,09 %
  «zonder behoud in geval van hervatting»: werkgeversbijdrage en persoonlijke inhouding op het dubbel van het vermelde bedrag + bedrijfsvoorheffing van 26,75 %

- of «gewaarborgd % van het netto» : geval waarin de werkgever zich ertoe verbindt een totaal brutobrugpensioenbedrag te waarborgen dat gelijk is aan een percentage van het laatste nettoloon. De brutovergoeding ten laste van de werkgever is dan gelijk aan het verschil tussen dit % van het nettoloon en de werkloosheidsuitkering.

a) eerst het vakje «berekeningswijze» invullen en vervolgens een % vermelden in het vakje «percentage»

b) dan het vakje «type overeenkomst» aanvinken:
Sector-cao of ondernemings-cao;
Individuele overeenkomst (geval waar de werkgever meer geeft dan wat voorzien is door een sectorale of ondernemingsovereenkomt). Als het gaat om een individuele overeenkomst, het vakje met of zonder «behoud in geval van hervatting» aanvinken.

Deze bedrijfstoeslag wordt namelijk:
 
< sociaal anders behandeld naargelang de individuele overeenkomst al dan niet expliciet de doorbetaling van deze aanvullende vergoeding bij werkhervatting van de werkloze met bedrijfstoeslag uitsluit;
< fiscaal anders behandeld naargelang de individuele overeenkomst al dan niet expliciet voorziet in de doorbetaling van deze aanvullende vergoeding bij werkhervatting van de werkloze met bedrijfstoeslag.
  «met behoud in geval van hervatting»: werkgeversbijdrage en persoonlijke inhouding op het vermelde bedrag + bedrijfsvoorheffing van 10,09 %
  «zonder behoud in geval van hervatting»: werkgeversbijdrage en persoonlijke inhouding op het dubbel van het vermelde bedrag + bedrijfsvoorheffing van 26,75 %

- of «wettelijke berekening + aanvullend forfaitair bedrag» : geval waarin de werkgever een aanvullende vergoeding toekent bovenop de wettelijke vergoeding (cf. wettelijke berekening)

a) eerst het vakje «berekeningswijze» invullen en vervolgens een bedrag vermelden in het vakje «aanvullend bedrag werkgever»

b) dan het vakje aanstippen «type overeenkomst» :

Sector-cao of ondernemings-cao;
Individuele overeenkomst (geval waar de werkgever meer geeft dan wat voorzien is door een sectorale of ondernemingsovereenkomt). Als het gaat om een individuele overeenkomst, het vakje met of zonder «behoud in geval van hervatting» aanvinken.

Deze bedrijfstoeslag wordt namelijk:
 
< sociaal anders behandeld naargelang de individuele overeenkomst al dan niet expliciet de doorbetaling van deze aanvullende vergoeding bij werkhervatting van de werkloze met bedrijfstoeslag uitsluit;
< fiscaal anders behandeld naargelang de individuele overeenkomst al dan niet expliciet voorziet in de doorbetaling van deze aanvullende vergoeding bij werkhervatting van de werkloze met bedrijfstoeslag.
  «met behoud in geval van hervatting»: werkgeversbijdrage en persoonlijke inhouding op het vermelde bedrag + bedrijfsvoorheffing van 10,09 %
  «zonder behoud in geval van hervatting»: werkgeversbijdrage en persoonlijke inhouding op het dubbel van het vermelde bedrag + bedrijfsvoorheffing van 26,75 %


De gemiddelde maandelijkse werkloosheidsuitkering :


Het bedrag van de maandelijkse werkloosheidsuitkering die de werkloze met bedrijfstoeslag ontvangt van de RVA bedraagt 60 % van zijn laatste brutomaandloon. Het percentage van 60% zal steeds van toepassing zijn ongeacht zijn gezinstoestand en zal ongewijzigd blijven gedurende de gehele periode van zijn SWT.

Het maandloon dat de RVA in aanmerking neemt, is het brutomaandloon dat de werkloze met bedrijfstoeslag heeft ontvangen tijdens zijn laatste tewerkstelling. Het maandloon is begrensd tot een bedrag van 2.383,91 euro per maand (bedrag geldig vanaf 1 september 2021). Dit betekent dat de RVA geen rekening houdt met het gedeelte van het maandloon dat dit bedrag overschrijdt.

De werkloze met bedrijfstoeslag heeft geen recht op de anciënniteitstoeslag.

De werkloze met bedrijfstoeslag die voltijds tewerkgesteld was en die meer dan 2.383,91 euro per maand verdiende, geniet dus een maandelijkse werkloosheidsuitkering van 1.430,26 euro (bedrag geldig vanaf 1 september 2021).

Dit bedrag geldt ook ingeval van een deeltijdse tewerkstelling die gelijkgesteld is met een voltijdse tewerkstelling of ingeval van een deeltijdse tewerkstelling "met behoud van rechten" en de werkloze met bedrijfstoeslag verdiende meer dan 2.383,91 euro per maand (bedrag geldig vanaf 1 september 2021).

Om in de andere gevallen de maandelijkse werkloosheidsuitkering te kennen, kan U contact opnemen met het dichtsbijgelegen RVA-kantoor. U vindt de adressen van de RVA-kantoren op de website van de RVA: www.rva.fgov.be


Aanvulling SWT betaald door een sociaal fonds :


In sommige paritaire comités wordt (een deel van) (de) aanvullende vergoeding SWT betaald door een Sociaal Fonds dat opgericht werd in de schoot van dat paritair comité. De hoofdschuldenaar is verantwoordelijk voor het aangeven en betalen van de bijdragen en inhoudingen berekend op de som van alle uitbetaalde aanvullende vergoedingen. De hoofdschuldenaar is diegene die de hoogste aanvullende vergoeding betaalt.

Van de regel van de hoofdschuldenaar kan evenwel afgeweken worden door een collectieve arbeidsovereenkomst (zie hfdst. 21 van de sectorale documentatie waartoe u toegang hebt via uw toegangscode tot onze documentatie). Deze afwijking is enkel mogelijk wat betreft de betaling van de werkgeversbijdrage. Opgelet, Senior Sim laat niet toe om met deze afwijkende regel rekening te houden. 

Voor de bedrijfsvoorheffing, zijn de volgende regels van toepassing :

 1. Als zowel het fonds als de werkgever een aanvulling betaalt op basis van CAO nr. 17, een sectorale CAO of een bedrijfs-CAO (= wettelijk), dan moet de hoofdschuldenaar de bedrijfsvoorheffing berekenen en doorstorten op:

het bedrag van de werkloosheidsuitkering;
verhoogd met het bedrag van de bedrijfstoeslag (fonds + werkgever).

 In dat geval moet het niet-hoofdschuldenaar geen bedrijfsvoorheffing berekenen noch doorstorten.

 Als de werkgever daarenboven nog een aanvulling betaalt op basis van een individuele overeenkomst (= extralegaal) dan moet de werkgever enkel op deze aanvulling de bedrijfsvoorheffing berekenen en doorstorten.

 2. Als het fonds een aanvulling  2. Als het fonds een aanvulling betaalt op basis van CAO nr. 17 of een sectorale CAO (= wettelijk) en de werkgever betaalt daarenboven een aanvulling op basis van een individuele overeenkomst (= extralegaal) :

dan moet het fonds de bedrijfsvoorheffing verschuldigd op het bedrag van de werkloosheidsuitkering verhoogd met het aandeel van het FBZ (= wettelijk) berekenen en doorstorten ;
moet de werkgever de bedrijfsvoorheffing slechts berekenen en doorstorten op de aanvulling die hij betaalt.

 Besluit : het is dus belangrijk te weten welke de rechtsbron is van het toegekende bedrag.


Compenserende bijdrage SWT bestemd voor de RSZ :


De paritaire comités kunnen C.A.O.'s sluiten tot verlaging van de leeftijd van het SWT naar 56 jaar op voorwaarde dat de werknemer zich op 33 jaar loontrekkende of gelijkgestelde arbeid kan beroepen en bewijst dat hij:
 

- hetzij gedurende ten minste 20 jaar in een stelsel van ploegenarbeid met nachtprestaties heeft gewerkt zoals bedoeld in artikel 1 van de C.A.O. nr. 46 van 23 maart 1990 . Deze C.A.O. nr.46 voorziet bijzondere maatregelen voor de bepaalde vormen van ploegenarbeid met nachtprestaties (onder meer een financiële tegemoetkoming)
- hetzij tewerkgesteld wordt door een werkgever die behoort tot de bouwsector (PC nr. 124) en dat hij beschikt over een getuigschrift, opgesteld door een arbeidsgeneesheer, dat zijn ongeschiktheid bevestigt om de beroepsactiviteit verder te zetten.

Om de kost van de verlaging van de leeftijd van het SWT te compenseren, is de werkgever verplicht om een bijzondere maandelijkse compenserende werkgeversbijdrage te betalen die bestemd is voor de sector werkloosheid.

Het bedrag van de bijzondere bijdrage wordt als volgt vastgesteld:

- 50% van de aanvullende vergoeding voorzien in de C.A.O.;
- 33% van deze aanvullende vergoeding voor de werkloze met bedrijfstoeslag die worden vervangen door een uitkeringsgerechtigde volledige werkloze die deze hoedanigheid sinds een jaar bezit.

De bijdrage is verschuldigd tot en met de maand waarin de werkloze met bedrijfstoeslag de leeftijd van 58 jaar bereikt.

Opmerking :deze compenserende bijdrage is niet meer verschuldigd voor de nieuwe SWT. Het gaat om de volgende gevallen SWT ingegaan vanaf 1 april 2010 EN ingevolge opzeg of onmiddellijk ontslag betekend vanaf 16/10/2009.